Vijf receptoren, verschillende taken
De melanocortinereceptoren MC1R tot en met MC5R zijn G-eiwitgekoppelde receptoren. Bindt er een agonist aan, dan stijgt in de cel het cyclisch AMP (cAMP). Melanotan 2 activeert er vier van:
| Receptor | Waar | Belangrijkste rol | Door MT2 geactiveerd |
|---|---|---|---|
| MC1R | melanocyten in huid en haar | pigment, reactie op uv | ja |
| MC2R | bijnier | reactie op ACTH, cortisol | nee |
| MC3R | hersenen, darm | energiebalans | ja |
| MC4R | hypothalamus, ruggenmerg | eetlust, seksuele functie | ja |
| MC5R | exocriene klieren | talgproductie | ja |
Doorgetrokken lijn: receptor die MT2 activeert. Alleen MC2R, de receptor voor ACTH, blijft buiten bereik.
Van receptor naar bruin pigment
In de melanocyt zet MC1R een bekende keten in gang: cAMP, proteïnekinase A, de transcriptiefactor MITF en ten slotte meer tyrosinase, het enzym dat tyrosine omzet in melanine. De cel schakelt daarbij over van feomelanine, een geelrood pigment, naar eumelanine, een donkerbruin pigment dat beter tegen uv beschermt. Volle melanosomen gaan daarna over naar de omliggende keratinocyten.
Normaal start dit proces pas na uv-schade aan het DNA, waarna keratinocyten alfa-MSH vrijmaken. Een synthetische agonist slaat die stap over. In theorie kan de huid dus kleuren zonder zon, maar de meeste gebruikers in de medische literatuur combineren injecties met zonlicht of de zonnebank, zodat van ‘bruin zonder uv’ weinig overblijft (Habbema 2017).
Huidtype en MC1R-varianten
Mensen met rood haar of een zeer lichte huid dragen vaak varianten van MC1R die minder goed op het signaal reageren. Hoe die varianten op MT2 reageren, is bij mensen nauwelijks onderzocht.
Centrale effecten via MC3R en MC4R
MC4R in de hypothalamus regelt verzadiging; activering dempt de eetlust, wat ook in de proef van Wessells 1998 werd gezien. Dezelfde receptor speelt via het ruggenmerg mee bij de erectie. Bij ratten verhoogt selectieve activering van MC4R de erectiele activiteit (Martin 2002). Deze effecten zijn geen bijzaak: ze volgen direct uit het gebrek aan selectiviteit en hebben het hele klinische programma van richting doen veranderen.
Opname en afbraak: wat bekend is
Er zijn weinig openbare gegevens. In 1994 werd een HPLC-methode en een bio-assay ontwikkeld om MT2 in rattenplasma te meten (Ugwu 1994). Bij mensen beschrijft de fase-I-studie vooral wanneer effecten optreden: gapen, rekken en erecties in de uren na een onderhuidse injectie (Dorr 1996). Over opname via het neusslijmvlies zijn geen degelijke gegevens gepubliceerd; zie neusspray en andere vormen.
Bronnen
- Ugwu SO (1994) A comparison of HPLC and bioassay methods for plasma melanotan-II (MT-II) determination: application to a pharmacokinetic study in rats. Biopharm Drug Dispos. PMID 7981427.
- Dorr RT (1996) Evaluation of melanotan-II, a superpotent cyclic melanotropic peptide in a pilot phase-I clinical study. Life Sci. PMID 8637402.
- Wessells H (1998) Synthetic melanotropic peptide initiates erections in men with psychogenic erectile dysfunction: double-blind, placebo controlled crossover study. J Urol. PMID 9679884.
- Martin WJ (2002) Activation of melanocortin MC(4) receptors increases erectile activity in rats ex copula. Eur J Pharmacol. PMID 12409007.
- Habbema L (2017) Risks of unregulated use of alpha-melanocyte-stimulating hormone analogues: a review. Int J Dermatol. PMID 28266027.