Direct naar de inhoud
Informatie, geen advies · Melanotan II is een onderzoeksstof voor in-vitro-onderzoek en preklinisch werk, niet voor gebruik bij mensen
melanotan-2.nl Prijs 10 mg

Vergelijking

Melanotan 1 en melanotan 2 vergeleken

De namen lijken op elkaar, maar de moleculen gedragen zich heel anders. Melanotan 1 werd een geneesmiddel voor een zeldzame ziekte; melanotan 2 bleef een onderzoeksstof.

  • 2 min lezen
  • Bijgewerkt

Het verschil in één tabel

KenmerkMelanotan 1Melanotan 2
Andere namenafamelanotide, [Nle4, D-Phe7]-alfa-MSHMT-II, MT2, melanotan II
Opbouwlineair, 13 aminozurencyclisch, 7 aminozuren
CAS-nummer75921-69-6121062-08-6
Receptorenvooral MC1RMC1R, MC3R, MC4R, MC5R
Effect op eetlust en erectiegeringduidelijk aanwezig
ToelatingScenesse in de EU sinds 2014, voor EPPnergens toegelaten
Toediening in studiesonderhuids implantaatonderhuidse injectie

Selectiviteit is het kernpunt

Melanotan 1 bleef dicht bij het natuurlijke alfa-MSH: lang, flexibel en vooral actief op MC1R in de huid. Daardoor treden er minder centrale effecten op. MT2 is door de ring compacter en stijver, dringt beter door tot de hersenen en werkt op vier receptoren. Dat maakt het sterker in de huid, maar ook onvoorspelbaarder elders in het lichaam (Hadley en Dorr 2006).

Afamelanotide als geneesmiddel

Het Europees Geneesmiddelenbureau beoordeelde afamelanotide voor erytropoëtische protoporfyrie (EPP), een erfelijke aandoening waarbij zichtbaar licht pijnlijke reacties geeft. In de fase-III-studies konden patiënten langer pijnvrij in het daglicht verblijven (Langendonk 2015). Het middel wordt als implantaat onder de huid geplaatst, alleen in gespecialiseerde centra. Voor cosmetisch bruinen is het niet toegelaten.

Voor het laboratorium

Omdat MT1 selectiever is, wordt het in onderzoek vaak gebruikt als vergelijkingsstof naast MT2: zo valt te scheiden wat via MC1R loopt en wat via de centrale receptoren. De productfiche van melanotan 1 met CAS 75921-69-6 vermeldt een flacon van 10 mg; de prijzen van beide staan op de prijspagina.

Kies MT1
bij vragen over MC1R en pigmentatie, met zo min mogelijk centrale effecten.
Kies MT2
bij onderzoek naar MC3R/MC4R, eetlust, of breed melanocortine-agonisme.
Beide
als positieve controles in receptorassays, met een gedocumenteerde lotanalyse.

Bijwerkingen vergeleken

Bij afamelanotide noemt de Europese productinformatie onder meer hoofdpijn, misselijkheid en reacties op de implantatieplek, naast donkerder worden van huid en moedervlekken. Bij MT2 komen daar, door de centrale werking, gapen, spontane erecties en verminderde eetlust bij, en bij illegaal gebruik ernstige incidenten. Zie bijwerkingen van melanotan 2.

Bronnen

  • Hadley ME (2006) Melanocortin peptide therapeutics: historical milestones, clinical studies and commercialization. Peptides. PMID 16412534.
  • Langendonk JG (2015) Afamelanotide for Erythropoietic Protoporphyria. N Engl J Med. PMID 26132941.